'Klimaatbeleid mislukt met vrijwillige afspraken'
8 okt 2007 |
Het kabinet wil de klimaatverandering bestrijden met vrijwillige afspraken en convenanten met het bedrijfsleven. Dit is tot mislukken gedoemd, stelt Mirjam de Rijk van Stichting Natuur en Milieu. Dit artikel verscheen in het NRC van 1 oktober 2007.
In het NRC van 27 september 2007 zegt Milieuminister Cramer dat zij de klimaatdoelen van het kabinet wil realiseren met convenanten en andere vrijwillige afspraken met het bedrijfsleven. Ze wil niets verplichten. Cramer:'Vrijwillige afspraken werken vaak beter, wel met stok achter de deur natuurlijk. Ik vind dat een vriendelijker manier die ook effectiever is.' Daarmee sluit Cramer de ogen voor al het onderzoek en de ervaringen uit het verleden, waaruit blijkt dat convenanten niet geschikt zijn om het milieu te verbeteren.
Toegegeven, het lijkt prachtig: geen tijdrovende wetgevingstrajecten, geen ruzie met VNO/NCW of andere machtige spelers in de polder en toch het milieudoel bereiken. Uit de ervaring van de afgelopen vijftien jaar blijkt echter dat milieuconvenanten niet werken. Ze leveren voor het milieu bitter weinig op. Dat blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek van het Klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC). Het IPCC concludeerde in mei dat 'het merendeel van de convenanten niet heeft geleid tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen die verder voert dan business as usual'. Cramer stelt in datzelfde interview terecht dat de vermindering van broeikasgassen een 'megaproject' is. Dat vereist dus veel meer als business as usual.
Concrete voorbeelden van mislukte milieuconvenanten zijn het meerjarenplan gewasbescherming, het verpakkingenconvenant en het convenant glastuinbouw en milieu. De Europese auto-industrie beloofde in 1998 in het zogeheten ACEA-convenant dat zij de gemiddelde CO2-uitstoot van auto's zou verminderen tot 140 gram CO2 per kilometer in 2008. Begin september bleek uit onderzoek van de Europese Federatie voor Transport en Milieu dat de CO2-uitstoot van nieuwe auto's in 2006 gemiddeld 160 gram per kilometer was. Dat is slechts een halve gram minder dan het jaar ervoor. De auto-industrie kan het afgesproken doel in 2008 onmogelijk halen.
Ook het convenant Benchmarking Energie Efficiency gaat de verkeerde kant op. De afspraak is dat Nederlandse bedrijven in 2012 blijven behoren tot de wereldtop van meest energie-efficiënte bedrijven. Maar naar verwachting zal in 2012 maar liefst 44 procent van de industriële deelnemers minder efficiënt produceren dan de wereldtop, zo bleek uit een tussenevaluatie.
De minister wil 'vrijwillige afspraken mèt stok achter de deur'. Het probleem van de vrijwillige afspraken is echter dat er geen effectieve stok achter de deur is als bedrijven zich niet aan beloftes houden. Het ergste wat bedrijven kan overkomen is dat ze over enkele jaren het beleid voor hun kiezen krijgen dat anders nu al ingevoerd zou zijn. Daarmee wordt uitstel beloond. Het is voor individuele bedrijven (freeriders) erg aantrekkelijk om zich er niet aan te houden. En als een paar zich er aan onttrekken, zijn de afspraken al gauw dood.
Het verpakkingsconvenant laat zien de overheid de stok - een verplicht statiegeldsysteem voor alle drankflesjes en blikjes - niet durft te gebruiken als de afspraken mislukken.
Een vaak genoemd voorbeeld van een geslaagd convenant gaat over energiebesparing in de papierindustrie. Het voorbeeld is echter niet representatief. Energiebesparing levert in deze sector financieel zoveel op, dat er voor de bedrijven geen enkele reden was zich er níet aan te houden: zonder kostenreductie had de Nederlandse papierindustrie de concurrentie met Zweden niet overleefd. Het RIVM concludeerde al in 2000 in de Milieubalans dat convenanten niet méér opleveren dan hetgeen ook zonder convenant zou zijn bereikt.
De klimaatdoelstellingen van het kabinet (onder andere 30 procent minder CO2-uitstoot in 2020) vergen een grote verandering van denken en doen van mensen en bedrijven. Daarvoor zijn stevige normen, milieuheffingen en verhandelbare emissierechten onontbeerlijk. De CO2-uitstoot moet een prijs krijgen. Dat biedt de enige garantie dat iedereen meedoet, en er dus geen freeriders zijn. En het is de enige manier om te garanderen dat, als milieu en klimaat even wat minder in de mode zijn, het bedrijfsleven nog steeds meedoet.
Mirjam de Rijk, algemeen directeur Stichting Natuur en Milieu
Bron
Tip of e-mail de redactie
E-mail een collega
Plaats dit bericht op uw favoriete linksite:
Verwante berichten
© 2007 GroenPortaal